Eetstrijd: de innerlijke worsteling tussen strenge eetregels en rebelse gedachten rondom eten

Het is een continue gevecht, elke dag opnieuw.

Tussen aan de ene kant alleen maar gezonde producten willen eten en aan de andere kant steeds verlangen naar de producten die je juist probeert te vermijden.

We doen zo ons best om die gedachten over onze guilty pleasures weg te duwen.

We halen alleen koekjes of chips in huis die we zelf niet lekker vinden, want dan eten we ze tenminste niet op.
We streven elke dag weer naar zo gezond mogelijke keuzes.

Maar dan gebeurt het.
Je komt ergens en ineens staat al dat lekkers voor je neus.
Of je partner komt thuis met precies die koekjes die jij wél lekker vindt.
Of je loopt met honger door de supermarkt en voor je het weet ligt je kar vol met producten die je al tijden probeert te vermijden.

En we weten allemaal wat er dan kan gebeuren.

Waarom is het toch zo moeilijk om je gewoon aan je plan te houden?
Dat heeft alles te maken met de strijd in je hoofd.
Ik noem het de eetstrijd.

 

Tegenstrijdige gedachten

Als het om eten gaat, hebben we vaak tegenstrijdige gedachten.

Aan de ene kant zijn er de strenge, kritische gedachten: onze eetvoornemens en eetregels.
Gedachten die ons vertellen wat we wel en absoluut niet mogen eten.
Misschien mag je van jezelf best alles eten, maar wel in een bepaalde hoeveelheid. Dat klinkt mild, maar het zijn alsnog regels.

Aan de andere kant zijn er de rebelse gedachten en de smoesjes. Misschien herken je ze wel.
“Ik begin morgen wel weer.”
“De dag is nu toch al verpest.”
“F*ck it, wat kan mij het schelen.”
Dat zijn de gedachten die je juist aansporen om te eten. En het liefst lekker veel.

Die twee kanten botsen en wanneer je grip probeert te houden met je strenge regels, wordt het een strijd over eten. En in die strijd kun je eigenlijk nooit winnen.

 

Gedachten hebben een functie

Wat belangrijk is om te weten, is dat beide kanten een functie hebben.

Die strenge gedachten die zijn er om je te beschermen, je wilt het graag goed doen. Bijvoorbeeld vanwege je gezondheid of je wilt het goede voorbeeld zijn voor de kinderen. Het kan ook zijn dat het een overblijfsel is van jarenlang lijnen of omdat je jarenlang hebt gehoord dat afvallen nodig is.

Die rebelse gedachten en de smoesjes zijn er om je te laten genieten, ontspannen of iets te compenseren. Ze zijn er voor de snelle beloning. Even een momentje voor jezelf, even weg van de drukte of spanning die je voelt, etc.

Het probleem is dat deze gedachten conflicterend zijn. Ze gaan niet samen.
En dat geeft spanning. En die spanning zet druk op je eetpatroon.

Je kunt de boog niet eeuwig gespannen houden.

Meestal luisteren we een groot deel van de dag naar die eetregels.
Steeds beperkt worden is vervelend. En precies dat roept uiteindelijk de rebelse gedachten op.
Want als je iets niet mag, wordt het juist extra aantrekkelijk.

Onze verboden producten worden daardoor bijna magisch.

En dat is vaak het moment waarop het misgaat.

We denken dat het probleem zit in alles wat we willen eten.
Maar het echte probleem zit in hoe weinig we onszelf gunnen.
Daar begint de eetstrijd in je hoofd.

En daar kun je de eetstrijd dus ook stoppen.

 

Wat werkt wel?

Probeer jezelf wat meer te gunnen, wees wat minder streng voor jezelf. Vecht niet steeds tegen je verlangens, maar probeer ze te begrijpen.

Zowel de strenge kant als de rebelse kant hebben iets te vertellen, maar ze hoeven niet de leiding te nemen. Beide zijn niet helpend.

Om de eetstrijd te kunnen stoppen, is het nodig om bij de strenge gedachten te beginnen, want dat is altijd de trigger voor rebelse gedachten.
Dat doe je door eten niet langer zoveel te verbieden. Door jezelf toe te staan om te eten wat je nodig hebt en door beter te leren voelen wanneer je lichaam iets nodig heeft.

Ik moet toegeven dat dit een proces is, maar als je eenmaal de strenge gedachten kunt terugdringen, dan ontstaat er rust.

De verboden producten verliezen hun magie.
Het eten voelt minder beladen.

En als gevolg wil je het helemaal niet zo graag meer eten.
Als de regels wegvallen, verdwijnt het sterke verlangen naar wat lekkers ook.

En dat is de eetrust die ik je van harte gun!

Lieve groet,  Anna